© Kees-Jan Smit
Dit is de Citroën van mijn zus Marjan Smit. In 1990 als souvenir meegenomen uit Frankrijk, département 46, Lot. De eend is gewoon over de weg (de RN20natuurlijk) naar huis gereden. De eend is in 1963 uit de fabriek in Parijs gekomen en hij heeft dus nog de mooie verkeerd-om deurtjes. Afgeleverd in de kleur Bleu Monte-Carlo, een vrolijk lichtblauw jaren '60 kleurtje en één van de eerste exemplaren die voorzien werd van de nieuwe, krachtigere 18 pk motor.
Hij was besteld door een bakker, en die heeft toen 'ie de auto bestelde bij de dealer de optie 'Mixte' aangekruisd wat betekent dat het reservewiel een plek kreeg onder de motorkap, er achterin een vlakke laadvloer werd gemonteerd en een speciale beugel om de achterklep boven het achterraam te laten scharnieren. Verder is de achterbank van het opklapbare soort. Dus het is een handige doordeweekse besteller zonder dat ons bakkertje in het week-end met een échte besteleend z'n vrouw en kinderen mee uit moest nemen.
De auto is in restauratie en bijna klaar. Marjan wordt daarbij geholpen door haar man Will en neef Bart. De restauratie vindt plaats in de vrije uurtjes, die er nietzoveel zijn want mijn zus heeft een druk bestaan als kunstenaar van grafiek en glasobjecten. Da's een heel ander verhaal, kijk daarvoor ook absoluut even op www.marjansmit.nl
Kees-Jan Smit
© Arie-Jan Vreeken
Onze Peugeot 204 GL Berline is een origineel Nederlandse auto. Ze werd toegelaten op 3 december 1975 en is daarmee één van de latere exemplaren. De productie stopte ook in die tijd, maar er werden in 1976 nog kleine aantallen geleverd. Toen we haar kochten in december 2006, had ze 68.000 kilometer op de teller. Inmiddels staat de klok op 76.000 kilometer. Nog steeds een een nette kilometerstand voor een dame van respectabele leeftijd. Oh ja, ze luistert naar de naar Sophietje.
De vorige eigenaar van Sophietje, Donald de Waart van Gulik, heeft haar al drastisch gerestaureerd. Donald was jaren filiaalmanager bij de dealer die de auto ook ooit geleverd heeft. De afgelopen jaren is de auto in liefdevol onderhoud bij autobedrijf Van Jaarsveld in Montfoort, waar men nog echt hart voor klassiekers heeft en bovendien verstand ervan.
Sophietje rijdt heerlijk; 10 kilometer met het dakje open en de zalige stuurversnelling werkt ontstressender dan de duurste Zen-therapie en andere zielenmassages!
Arie-Jan Vreeken
© Jorn van der Veen
Dit is mijn Terrot HSC uit 1928. Een ranke, lage motor uit Dijon. Gebouwd in het jaar dat de oermotor af was en de nieuwe tijd eraan kwam. Een paar jaar eerder waren motoren niet meer dan een fiets met een motor, door een riem aangedreven. Remmen betekende meestal dat er op bij achterwiel een blok tegen een soort extra velg geduwd werd. Versnellingen of zelfs een koppeling waren niet vanzelfsprekend. En om het allemaal rijdend te houden, moest de berijder om de zoveel minuten een keer met een losse oliepomp wat olie in het carter pompen.
In 1928 was de motor af. Mijn Terrot motor heeft remmen, een makkelijk te bedienen drieversnellingsbak, kettingaandrijving en zelfs en mechanische oliepomp. Maar dit alles is nog steeds aan een licht frame gemonteerd met de tank, een vierkant blik, stevig tussen de twee bovenste framebuizen. In 1929 vindt er een soort revolutie plaats. Wereldwijd gaat men motoren anders ontwerpen en anders bouwen. Het meest in het oog springende is de komst van de zadeltank. Een tank die over het frame gebogen zit en een vloeiender geheel vormt met de motor. Ook komen er sierlijke spatborden en steviger frames. Motoren worden zwaarder en en completer. Verlichting wordt standaard en chromen ornamenten worden toegevoegd. De motor is volwassen en zal de komende vijftig jaar in essentie niet meer veranderen.
Het lichte frame van mijn Terrot maakt dat ik het gevoel heb dat ik op een soort lange kinderfiets zit. Een kinderfiets waar een verwarde geest perongeluk een 350cc zware eencilinder onder heeft geschroefd. Door de lange slag is er relatief veel koppel en met trage klappen gaat de Terrot ervandoor. De oliepomp druppelt elke paar seconden een druppel olie richting carter. 90 procent wordt meeverbrand en 10 procent over de ketting geblazen. Het ruikt geweldig. Het lage stuur zit vol hendels en hevels; gas, koppeling, ontsteking, benzine ,lucht, alles moet tijdens het rijden in de goede stand of verhouding worden geplaatst. Ik ben machinist, tijdreiziger en coureur tegelijkertijd! Het ratelt en klappert en de uitlaat knalt. ik moet nog een hoop ontdekken.
Voorlopig staat de motor weer in de woonkamer; ik moet op zoek naar een iemand die het achterframe kan richten en de carburateur moet nog gereviseerd worden. Sinds ik de motor heb, probeer ik elk jaar één of twee grote klussen te doen. Zo is onder andere het blok al van nieuwe lagers voorzien, zijn de wielen en de koppeling zijn klaar en heb ik zorgvuldig vele jaren vuil en roest eraf gepoetst. De essentie is gebleven. Twee wielen, een prachtig blok en bij elke centimeter blik een verhaal.
Jorn van der Veen
© Edward van Zanten
Ik ben Edward van Zanten (1970), geboren in Ravenstein. Vroeger gingen wij met mijn ouders elk jaar naar Frankrijk op vakantie. We leerden mensen in de buurt van Rennes kennen en daardoor zaten we regelmatig in onze vrije tijd in Frankrijk . Mijn broer kocht rond 1986 een Peugeot 203 uit 1955. We gingen op zoek naar onderdelen en speurden beurzen etcetera af. We restaureerden deze 203 zelf (zie peugeot203.nl). Zo raakten we door de jaren heen verzeild in de Peugeotwereld. Later kochten we nog een paar Peugeots 402. Deze wil ik op termijn nog eens gaan restaureren. Omdat de hobby uit de hand ging lopen, heb ik samen met mijn vrouw in 2003 een kleine garage gekocht. Deze garage, Peugeauto, groeide verder. Zelf wilden we een ongecompliceerde klassieker rijden. Het werd een groene Peugeot 403. Ze staat nu op stalling, maar in het voorjaar mag ze weer naar buiten. We rijden er dan regelmatig mee. Ik heb de 403 van een dubbel inlaatspruitstuk van Nardi voorzien met 2 Solexen (32 mm) . Dit geeft iets meer meer vermogen . Dit om de simpele reden dat ik het leuk vind om te hobbyen en zo de auto een eigen karakter te geven . Een imperiaal hoort er gewoon bij, al geeft het wel wat meer windgeruis. De lak heb ik helemaal gepolijst; ik wilde er niet aan gaan spuiten . De bekleding was ooit al eens gedaan. Ik heb die alleen maar uitgevuld zodat die weer stevig aanvoelt. Ik wil de Peugeot weer fijn laten rijden. Een plekje hier en daar vind ik niet zo erg Edward van Zanten
© Kees-Jan Smit
De Ami heb ik overgenomen van mijn beste vriend Piet omdat hij een Peugeot 404 ging kopen. Maar de auto bleek geen onbekende in mijn vriendenkring, want vriend Maarten heeft ‘m een aantal jaren geleden in Frankrijk gekocht en naar Nederland gebracht. Het is leuk om een deel van de geschiedenis van mijn Ami te weten. Zo weet ik dat er ooit een motor van een Acadyane ingezet is, dat kan gewoon omdat de Ami - net als de 2CV - van Meccano gemaakt is.
Rudy Kousbroek schreef in zijn boek ‘de archeologie van de auto’ (een aanrader overigens!) over de Ami6 dat het “een rijdend boudoir” is vergeleken bij de 2CV waarmee de Ami6 zijn ingewanden deelt. Die uitspraak van Kousbroek is geniaal, en hij klopt! De Ami6 moest het gat tussen de 2CV en de grote ID/DS-serie opvullen. Het is feitelijk een 2CV met de suggestie van luxe. Flaminio Bertoni, beeldhouwer van origine en ontwerper van de Ami6, zei ooit dat hij niets meer kon toevoegen aan de vormen van de Ami6, hij heeft al teveel vormen. En dat maakt het ontwerp in mijn ogen kwetsbaar en dus prachtig.
Toen ik de Ami van Piet overnam was de auto in goede staat. Piet had nooit op onderhoud bezuinigd en ook veel onderdelen preventief laten vervangen. Er waren een paar klusjes die nog gedaan moesten worden, zoals de hemelbekleding vervangen. Die was helemaal opgedroogd en telkens als we over een hobbel reden viel er allemaal geel gruis op ons. Dat heb ik zelf gedaan en nu ik weet hoe het moet durf ik die operatie bij mijn andere auto (een ID19 Break van bouwjaar ‘68) ook wel aan. Ik gebruik de Ami in het pekelvrije seizoen als pretmobiel. Even boodschappen doen in de stad is veel makkelijker met de Ami dan met de ID. Maar ook grotere afstanden schuw ik niet. Van mijn woonplaats Haarlem naar Eindhoven of Nijmegen bijvoorbeeld is geen enkel probleem. Op de snelweg hou ik een kruissnelheid van tussen de 100 en de 110 aan en daarmee rij je eigenlijk gewoon met het overige verkeer mee. Mensen reageren altijd heel leuk, opgestoken duimen of een enthousiast praatje bij de pomp. Veel mensen kennen de Ami ook als de auto die hun vader of grootvader ooit had. De Ami wekt sympathie op ondanks de enorme frons die hij boven zijn koplampen heeft.
Langzaam aan werk ik aan een aantal verbeterpunten. Zoals gezegd de hemelbekleding is gedaan. Via het magazijn van de onvolprezen Amivereniging heb ik vier nieuwe banden op nieuwe velgen gekocht en ook twee nieuwe schokbrekers. Voor de APK moesten er een paar nieuwe koplampen op en dat was wel even een zoektocht, want dit is de luxe (…) Club-uitvoering met de zeldzame dubbele ronde koplampen. Uiteindelijk vond ik een 2cv-garage die de laatste set van heel Nederland had. Ik streef geen blakerende nieuwstaat na voor mijn Ami, maar zo wordt hij wel telkens ietsje beter.
Kees-Jan Smit
© Ludo Pigeot
Deze mooie Peugeot 404 is het eigendom van de Fransman Ludo Pigeot. De foto's spreken voor zich.
© Peter Parker
Inmiddels heb ik een grote verzameling kleine eendjes, maar ik wilde al heel lang een echte. Een paar jaar geleden had ik bijna een oude Charleston gekocht, maar die was te rot en ik wilde niet zelf gaan klussen. Dus toch maar wachten op meer financiële ruimte. Begin 2012 ben ik naar Wormer gegaan en daar rond gekeken voor een mooie eend. De prijs is er dan wel naar, maar dan koop je wel iets compleets. Sindsdien is het genieten van pure Franse romantiek. Ritjes in Nederland op de B wegen. Een midweek met mijn vrouw rijdend door Friesland, Drente, Overijsel en Urtrecht. Volgend jaar willen we naar Zuid Nederland. De kinderziektes overwinnen. Zo deden de remmen het plotseling niet op een tochtje met mijn partner en dat vond ze niet zo leuk, maar een geweldige ANWB man met eendenhart kreeg hem weer aan de gang. Ondertussen was ook de benzinepomp aan vervangning toe en slaapt ze buiten onder een ademende hoes. Ze... ja ze! Ze heet Brigitte, naar Brigitte Bardot. De Française uit de jaren '60. De ronde vormen heeft ze van haar. Ik heb een Amsterdamrit gedaan met de club en ik hoop nog vele jaren met haar te kunnen toeren. Ze is uit 1985, kleur grise Cormoran (grijze aalscholver), 66.000 kilometer op de klok en ik ben de 4e eigenaar.
Peter Parker
© Jasper Smits
Begin jaren ’80 kochten mijn ouders een Renault 4 GTL, bij de Renault dealer Veenemans in Harderwijk. De Citroen Dyane 6 die we toen hadden moest het veld ruimen. Ik kon toen niet weten wat een invloed die R4 op mijn leven zou hebben, want blijkbaar ben ik toen al besmet met het R4-us…Later zouden mijn ouders de R4 inruilen voor een R5 GTL, maar de 4 heeft een onuitwisbare indruk gemaakt. Was het de functionaliteit, was het de heerlijk zittende achterbank, was het de geur van de garage, waren het de uitstapjes die we maakten, was het een auto met karakter?
Ik heb later steeds alle R4's die we tegen kwamen gezien en bewonderd. Rond de eeuwwisseling viel het me op dat de eens zo veelvuldig aanwezige R4's aan het verdwijnen waren uit het dagelijks straatbeeld. Eerst in Nederland, maar ook in Frankrijk is het de laatste jaren echt zoeken naar een wilde R4. Af en toe bij een oude garage, op een boeren erf of een dorpsplein zie je ineens dat typische franse Renaultje weer staan.
Toen zich de gelegenheid voordeed hebben we zelf een R4 TL gekocht. De auto uit 1986 is een van de laatste 'gewone' Renaults 4, voordat de Clan en Savanne de laatste fase van de productie inluidden. De auto was al in goede staat gebracht/gehouden door een eerdere eigenaar en eind jaren '90 naar Nederland geïmporteerd vanuit Frankrijk. Na een winter van veel controleren, schoonmaken en nog wat herstelwerk hebben we een fraaie R4, die voor ons een heerlijke franse sfeer oproept. De originele, ietwat saaie grijze bumpers en plastic grill en spiegel zijn al vervangen voor de meer klassieke chromen exemplaren. Als je ermee rijdt, proef je als het ware de croissants!
Wel is het goed te merken dat deze auto met het 845cc motorblok en de 4 trommelremmen uit een heel ander tijdperk stamt dan de huidige auto’s. Je rijdt er vanzelf rustig mee en het liefst over de binnenwegen. Dat is waar deze Renault het beste tot z'n recht komt, en ooit ook voor bedoeld is. La campagne!
Misschien dat we er nog een keer mee naar Frankrijk kunnen rijden, wellicht een bezoek brengen aan de geboorteplaats van deze Renault. Navraag bij de importeur leverde ons de exacte productielijn en datum op: Januari 1986 in Boulogne-Billancourt, Parijs. Franser dan dit wordt het niet!
Jasper Smits
© Robert Radevan
In de nabijheid van Amsterdam staan 4 Citroëns trouw bij elkaar. Ik heb in ongeveer één decennium deze Citroëns bij elkaar verkregen. Het gaat om een Citroën AC4 Torpedo Commercial (1930), een Citroën Rosalie 8A Sical (1933), een Citroën 7UA Berline (1935) en een Citroën Traction Avant 7C (1936). Ik vind het leuk om met deze bescheiden collectie te laten zien welke ontwikkelingen er in de jaren dertig van de vorige eeuw bij dit merk zijn geweest en hoe in enkele jaren tijd de techniek met sprongen vooruit is gegaan. Van een achterwiel aangedreven auto, via een auto met een 'Moteur Flottant' (zwevende motor) naar een lage gestroomlijnde wagen met een zelfdragende carrosserie en voorwielaandrijving. Dit alles in een periode van nog geen zes jaar.
R. Radevan te Amsterdam
© Ambiance Morvan
Deze prachtige blauwe Dyane 6 is sinds najaar 2011 in het bezit van Jacqueline en Paul van Ambiance Morvan en past perfect in de Franse sfeer die zij willen bieden. De auto is uit 1979 en gekocht in de buurt van Parijs van een absolute liefhebber. De Dyane is in perfecte staat. In de winter mooi weggestald maar in de rest van de jaargetijden is het super genieten van deze klassieke Citroën. De auto is er zeldzaam in het straatbeeld, in tegenstelling gelukkig tot de aantallen 2CV's die er nog rondrijden.
|